Priesterkolleg, Pfarrei, Pilgerseelsorge

Geschiedenis van de «Anima»

Het priestercollege en de kerk van de Duits-sprekenden in Rome, de ‘Anima’, heeft een meer dan zeshonderd jarige geschiedenis. Volgens jongste onderzoeken is 1350 waarschijnlijk het stichtingsjaar. In 1398 wordt het huis vermeld in een bul van paus Bonifatius IX, waarin Johannes Peters en zijn vrouw Catharina uit Dordrecht als stichters worden vermeld. Het gastenhuis (hospitium), bedoeld voor personen die behoren tot het Heilige Roomse Rijk, is toegewijd aan de Moeder Gods – ‘beatae Mariae animarum’. De latere rector Dietrich von Niem uit Westphalen, die de stichting uit aanvankelijke, financiële problemen helpt, geeft de broederschap als drager van het hospitium een statuut. Op 21 mei 1406 verleent paus Innocentius VII het huis een beschermingsbrief en stelt het daarmee onder speciale bescherming van de Heilige Stoel. De stichting is pauselijk geworden. Korte tijd later bekrachtigt dezelfde paus de instelling: Uitdrukkelijk laat hij vermelden dat het hospitium als oogmerk heeft armen en pelgrims, afkomstig uit het Heilige Roomse Rijk, op te nemen, hen bij te staan en herstel van hun gezondheid te bevorderen. Nog weer later krijgt de stichting toestemming een eigen kerkhof in te richten en wordt het Sint Andreas-hospitium in dat van de Anima opgenomen. Krachtens een bul van paus Eugenius IV in 1444 wordt de Anima gemachtigd tot de ziel-zorg aan de Duits-sprekende armen en pelgrims, tot het houden van erediensten en tot het toedienen van de sacramenten. Ofschoon het oorspronkelijk gotische kerkgebouw in 1499 slechts een halve eeuw bestaat, wordt toch besloten een geheel nieuwe kerk te bouwen. Waarschijnlijk heeft dit van doen met de rivaliteit tussen de naties die elk een eigen kerk beheren én de nieuwerwetse stijl van de Renaissance. In 1542 is de huidige kerk gewijd. In de eeuwen nadien blijven tegenslagen – zoals in het leven zelf – niet uit. Als gevolg daarvan wordt zelfs het voortbestaan van de instelling onzeker. In de tijd van de Franse Revolutie plunderen de Fransen de kerk en gebruiken zij de sacristie als paardenstal. Al te grote Italiaanse invloed in de stichting brengt de oorspronkelijke bedoeling van de stichting op de achtergrond en de Spaanse Nederlanden (België) laten volgens anderen al te zeer hun rechten gelden. Omdat reeds eeuwen de Habsburgers beschermheren van de Anima zijn, kan keizer Frans Joseph ingrijpen en in samenspraak met paus Pius IX in 1859 het priestercollege stichten in de aanpalende gebouwen. Zo is de situatie tot op heden. In 1954 verandert ten slotte de zielzorg voor de pelgrims. Dat wil zeggen: Pelgrims worden voortaan ter zijde gestaan met een gids en hun wordt allerlei raad verschaft. Santa Maria dell’Anima is de kerk voor de Duits sprekende katholieken in Rome en is aldus een vaderlandse plek in den vreemde.

De kerk – geschiedenis en enige data

De huidige kerk is het derde bedehuis op dezelfde plek (na een kapel, eerst het gotische en nu dit gebouw), in de onmiddellijke nabijheid van de kerk Santa Maria della Pace. Opvallend aan de kerk is haar slanke en bijna sierlijke campanile die met zijn twee verdiepingen boven het gebouw uittorent. Opmerkelijk met betrekking tot de naam van de stichting ‘Santa Maria dell’Anima’ is het beeldhouwwerk boven de hoofdingang van de kerk aan de Via dell’Anima: De tronende Moeder Gods toont het Kind Jezus, terwijl rechts en links een naakte gestalte vragend neerknielt – mogelijk de ‘animae’, de (arme) zielen. Aan de binnenzijde van het bedehuis treft terstond de drieschepige hallenkerk (de schepen alle drie even hoog) met aan weerszijden dwarskapellen in de vorm van grote nissen. Wanneer men de kerk vanaf de Via dell’Anima betreedt, vindt men van achter naar voren vier kapellen, toegewijd achtereenvolgend aan Sint Benno, aan Sint Anna, aan Sint Marcus (de Fugger-kapel), en aan de Pietà. Zo ook links vier kapellen, toegewijd achtereenvolgend aan Sint Lambertus, aan Sint Johannes Nepomukos, aan Sint Barbara (de kapel van de Brabanders) en aan Christus’ Bewening (de Marktgraaf-kapel). Als gevolg van de destijds beschikbare plaats is het grondplan van de kerk trapezevormig geworden. De kerkruimtezelf wordt geleed door vierkante pijlers. In 1699 is boven het hoogaltaar de dubbele adelaar van de Habsburgers aangebracht ten teken van de bescherming die de Anima geniet van het Heilige Roomse Rijk. In 1806 wordt dit rijk opgeheven, maar reeds in 1742 is de bescherming van het huis op de Habsburgers zelf, de keizers van Oostenrijk, overgegaan. Dit blijft zo tot het einde van de Eerste Wereldoorlog, wanneer de Oostenrijkse keizer wordt verdreven. Nadien staat de Anima onder toezicht van het Oostenrijkse en Duitse episcopaat, terwijl het Nederlandse en Belgische episcopaat niet helemaal zonder invloed zijn. Santa Maria dell’Anima kent tal van schatten uit kunst en geschiedenis, waarvan de voornaamste onder nader worden toegelicht.

Het grafmonument van paus Adriaan VI

Adriaan Floriszoon Boeyens is in 1459 in Utrecht geboren, studeert en doceert in Leuven, wordt in 1507 de opvoeder van de jonge Karel (V) en vanaf 1512 diens raadgever. In 1516 volgt de benoeming tot bisschop van Tortosa in Spanje. Het jaar daarop wordt hij door Leo X tot kardinaal gecreëerd. Op 9 januari 1522 kiezen de kardinalen Adriaan bij afwezigheid tot paus. Hij verschijnt te Rome op 28 augustus van dat jaar en zal slechts dertien maanden regeren. Hij sterft op 14 september 1523, wordt eerst begraven in Sint Pieter maar in 1533 herbegraven in Santa Maria dell’Anima door toedoen van zijn vertrouweling en vriend Willem kardinaal van Enckenvoirt (afkomstig uit het Brabantse Mierlo) die ook zijn grafmonument heeft doen vervaardigen door Baldassare Peruzzi. Adriaan’s graf is van beneden naar boven aldus opgebouwd: Op het voetstuk bevindt zich links en rechts het wapen van kardinaal Van Enckenvoirt en daartussen in een opschrift met gegevens over het leven van de paus. Daarboven tussen halfzuilen van rood marmer staan de vier kardinale deugden (links matigheid en moed; rechts voorzichtigheid en gerechtigheid). Zij omgeven een reliëf dat de ‘blijde inkomst’ van de paus in Rome voorstelt: De stad is links aangeduid door de porta Pauli en de pyramide van Cestius, door de stedemaagd met haar gezellinnen en de knielende senator; rechts door de Tiber met de horen des overvloeds en de wolvin met Romulus. Over de volle breedte van het monument is een aan Plinius ontleende tekst gebeiteld die in vertaling luidt: ‘Ach hoeveel is afhankelijk van de tijd waarin de voorbeeldigheid van zelfs de beste mens valt.’ Boven het reliëf (waarachter het eigenlijke graf is) bevindt zich de siertombe met het wapen en de naam van de paus: ‘Adrianus VI Pontifex Papa’. De beide putti, aan beide zijden daarvóór gezeten, doven de levensfakkel. Op de tombe wacht Adriaan sluimerend op de jongste dag – de tiara op het hoofd die rust op zijn linker hand. Boven het ligbeeld toont Maria het Jezuskind, geflankeerd door de apostelen Petrus en Paulus.

De schildering boven het hoogaltaar

Giulio Romano (uit Rome dus) heeft de ‘Heilige Familie’ in de jaren 1521/1522 in opdracht van Jakob Fugger geschilderd ten behoeve van de eigen familie-kapel, toegewijd aan de heilige Marcus. In 1750 is het altaarschilderij naar de huidige plaats overgebracht. Het toont Maria met aan haar rechter zijde Johannes de Doper en aan haar linker zijde de staande Jezus met opzij van Hem Joseph. Boven het Kind enige putti die zo de belangrijkste figuur in het beeld benadrukken. Jacobus met schelp en staf knielt aan de ene kant en Marcus met leeuw aan de andere kant – patroonheiligen van Jakob en Markus Fugger.

Andere kunstwerken

De Florentijn Francesco Salviati voltooit in 1550 (in maniëristische stijl) de schilderingen in de Marktgraafkapel, waarvan de voornaamste zijn: Christus’ bewening met de knielende marktgraaf Johann Albrecht von Brandenburg; daarboven de Verrijzenis en in de absiscalot het Pinkstergebeuren. De Venetiaan Carlo Saraceni schildert in 1618 (in de realistische stijl waarvan Caravaggio het voorbeeld is) de altaarstukken voor de beide kapellen achterin de kerk: Het wonder van Benno en het martelaarschap van Lambertus. De Vlaming Michiel Coxcie krijgt in 1531 de opdracht het altaarstuk in de Brabantkapel te schilderen. Het toont de Heilige Drievuldigheid, bij Wie de heilige Barbara de stichter van de kapel, Willem van Enckenvoirt aanbeveelt. In de Fugger-kapel bevindt zich op de plaats van Giulio Romano’s schildering een groot houten kruis, in 1584 vervaardig door Giovanni Montana. De wandschilderingen, gewijd aan het leven van Maria, zijn na 1549 geschilderd door. In de Pietà-kapel troont de Moeder met haar Zoon als beeldhouwwerk, in 1532 vrij naar Michelangelo pietà’s in Sint Pieter – gekapt door Lorenzetto. Tot 1560 heeft het stuk het hoogaltaar gesierd.

Eucharistievieringen

maandag tot en met zaterdag: 18.00.
zondag: 10.00.

Adres

S. Maria dell’Anima
Deutschsprachige Katholische Seelsorge in Rom
Via di Santa Maria dell’Anima 65
I – 00186 Roma
telefoon: 0039 06 68801394
fax: 0039 06 682818286
e-mail: gemeinde@santa-maria-anima.it